Inleiding - Wat is bloed?

Bloed vervoert voeding- en afvalstoffen, zuurstof en kooldioxide, hormonen en andere stoffen naar alle delen van het lichaam. Daarnaast transporteert bloed ook cellen die ziektekiemen kunnen uitschakelen en cellen die wondjes afdichten. Ten slotte verdeelt bloed de warmte over ons lichaam: het is onze centrale verwarming.

Bloed is een vloeibaar weefsel

Bloed is een weefsel waarbij de cellen in een vloeistof drijven. Die vloeistof heet bloedplasma. Doordat bloed vloeibaar is, komt het via de bloedvaten in het hele lichaam terecht.

Zolang het bloed in beweging is, drijven de bloedcellen in het plasma rond. Stilstaand bloed scheidt zich in twee lagen: onderin zitten de bloedcellen, daarboven bevindt zich het plasma. In een centrifuge kan men dit proces van scheiding versnellen.

Waaruit bestaat bloed?

Bloed bestaat uit een vast gedeelte (rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes) en een vloeibaar gedeelte (bloedplasma).
Dit worden de cellulaire en de humorale fractie

rode bloedcel

Rode bloedcellen

Zonder rode bloedcellen zou het bloed geelachtig (plasma) zijn. Het belangrijkste dat rode bloedcellen doen, is zuurstof vervoeren. Van de longen naar de organen.
Rode bloedcellen zitten vol met het eiwit hemoglobine. Dit eiwit kan zuurstof uit de longblaasjes opnemen en waar nodig weer afgeven.
In de organen ruilen de rode bloedcellen zuurstof in voor kooldioxide. Kooldioxide is een afvalstof die ontstaat nadat de organen de zuurstof gebruikt hebben.

Witte bloedcellen

witte bloedcel

Witte bloedcellen verdedigen ons tegen indringers zoals bacteriën.
Bovendien ruimen witte bloedcellen dode cellen in het lichaam op.

Verschillende linies van afweer

Verschillende witte bloed cellen vormen meerdere linies van afweer in ons lichaam. De interne niet-specifieke en de specifieke afweer.

De niet-specifieke afweer wordt gevormd door de fagocyten (vreetcellen), de natural killer cellen en de granulocyten.

De specifieke afweer wordt gevormd door de B-lymfocyten en T-lymfocyten. Deze cellen vallen heel specifiek 1 lichaamsvreemde stof aan en maken daarna geheugencellen om een volgende invasie direct af te weren. Hiervan maakt men gebruik bij vaccinatie.

Bloedplaatjes

bloedplaatjes

Bloedplaatjes zijn nodig om het bloed te laten stollen. Als het bloed niet zou stollen, zou je bij een uit- of inwendige verwonding leegbloeden.

Als bloedplaatjes in aanraking komen met lucht, vallen ze uit elkaar en de speciale stolstof die erin zit begint te werken. Het bloed stolt dan. Kijk voor stolling ook hieronder bij bloedplasma.

Bloedplasma

Bloedplasma is het vloeibare gedeelte van het bloed. Er zitten zouten en eiwitten in, die je niet kunt missen. De zouten zorgen voor handhaving van de osmotische waarde van het bloed en eiwitten voor de colloïd osmotische waarde.
Ook zitten er stollingsstoffen in het plasma (net als in bloedplaatjes). Die zorgen ervoor dat je bloed stolt, als je een wondje hebt.

Ten slotte zitten er afweerstoffen in het plasma tegen virussen en bacteriën.
Deze antistoffen noemen we immunoglobulines. Er zijn verscheidene soorten en allen worden geproduceerd door speciale witte bloedcellen die B-lymfocyten worden genoemd, de zogenaamde plasmacellen.

© 2006-2019 BioDesk.nl  -  All Rights Reserved  -  Disclaimer  -  download Flash externe link  -  Opmerking/vraag over deze pagina?